Gezondheid en zorg

Het Noro virus

Geplaatst op 13-09-2016

Norovirussen zijn zeer besmettelijke virussen die een voedselinfectie kunnen  veroorzaken.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 785.000 mensen ziek van norovirussen. De meeste mensen worden ziek in de winter. Ongeveer 45% van de mensen die besmet is met het norovirus krijgt buikklachten. De andere 55% heeft er geen last van. Maar zij kunnen het virus wel overdragen.   

Het norovirus zorgt voor opkomende misselijkheid, braken en diarree. Klachten beginnen tussen 15 en 48 uur nadat iemand het virus binnenkrijgt. Het braken is vaak heftig, en kan heel plotseling optreden. Ook koorts, hoofdpijn, buikpijn en buikkramp komen voor.  

De verschijnselen gaan in de meeste gevallen vanzelf over na 1 tot 4 dagen. Bij jonge kinderen en mensen met een verzwakt afweersysteem kunnen de klachten langer duren.  

Over het algemeen is een norovirus infectie wel erg vervelend, maar niet gevaarlijk. Heel soms moeten mensen opgenomen worden in het ziekenhuis vanwege uitdrogingsverschijnselen door braken en diarree. 

Het norovirus zit vooral in rauwe schaal- en schelpdieren, zoals rauwe oesters en mosselen. Dit kan komen doordat deze in besmet water gekweekt zijn. Verder kunnen ook rauwe groente en fruit besmet zijn door het gebruik van besmet water. Met name zacht fruit, zoals bosvruchten, is gevoelig voor besmetting. Je kunt niet zien of ruiken of het voedsel besmet is. Het virus sterft door verhitting boven de 70°C.  

60% van de besmetting met norovirussen gaat van mens op mens. Het virus komt door contact met braaksel of ontlasting op de handen terecht. Als handen niet goed worden gewassen verspreidt het virus zich verder. Zo komt het bijvoorbeeld ook terecht op deurklinken of speelgoed. Als een besmet persoon voedsel klaarmaakt, kan het virus ook via het eten nieuwe mensen besmetten.   
Norovirussen zijn enkele dagen voor en na de uitbraak besmettelijk. 

Om besmetting met het norovirus te voorkomen gelden de volgende adviezen: 

§  Eet geen rauwe schaal- en schelpdieren, zoals oesters en mosselen. 

§  Was groente en fruit grondig onder stromend water. 

§  Was je handen goed met warm water en zeep na toiletgebruik, voor voedselbereiding, voor het eten en vooral na het opruimen van braaksel en ontlasting.     

« Ga terug naar het nieuwsoverzicht